Springreglement

1.   BVR 

Dit reglement is afgeleid van en onderworpen aan het basisveiligheidsreglement parachutespringen, versie 2016, dat uitgaat van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL). Het BVR is te downloaden vanaf de website www.parachute.nl.

2.   Papieren 

Elke springer moet te allen tijde, op verzoek van de dienstdoende instructeur zijn papieren kunnen tonen (springbewijs, logboek,  KNVvL-lidmaatschapskaart en indien van toepassing medische verklaring, bewijs van geldige harnastestkaart en materiaalpapieren).

3. Manifest/stickindeling
  1. Er kan een half uur voor aanvang van de springdag worden gemanifest.
  2. Voor alle springers geldt dat zij zich pas mogen manifesten als zij hun parachute gevouwen hebben.
  3. Springers zonder A-brevet dienen zich bij aankomst te melden bij het dienstdoende instructieteam (zie IT-bord in de vouwzaal) voor het ontvangen van instructie.
  4. Springers zonder A-brevet dienen vóór het manifesten instructie te hebben gehad.
  5. De instructeur van dienst of de als zodanig aangewezen stickindeler:
    a. deelt springers in op volgorde van het manifestbord;
    b. deelt de springers in naar afspringhoogtes en wel of geen jumpmaster nodig;
    c. deelt tandems zo mogelijk in op tijden die op afspraak zijn gemaakt met het tandemsecretariaat;
    d. geeft voorrang aan de eerste sprong van de opleiding en eerste-vrije-vallers;
    e. deelt (in overleg met de instructeur van dienst) de springers eventueel voor hogere of lagere hoogtes in dan opgegeven, indien dit spring- of vliegtechnisch beter uitkomt;
    f. mag afwijken van punt a, indien dit de algehele doorstroming van het springen bevordert.
  6. Springers dienen, na zich te hebben gemanifest, in de omgeving van het clubterrein te blijven en dienen, na te zijn ingedeeld, tijdig voor vertrek van hun stick ‘springklaar’ op het instappunt aanwezig te zijn.
  7. Indien een gemanifeste springer niet tijdig bij het instappen in het vliegtiug aanwezig is, wordt bij hem/haar toch de sprongprijs in rekening gebracht.
4.     Veldreglement vliegveld Hoogeveen
  1. Sprongen uitgevoerd op vliegveld Hoogeveen dienen overeenkomstig de door de Stichting Vliegveld Hoogeveen gestelde normen te zijn, en uitgevoerd te worden met toestemming van de dienstdoende instructeur.
  2. Het landingsterrein van het springgebied Hoogeveen betreft het gebied gelegen tussen de landingsbaan en de openbare weg ten noorden van het vliegveld en tussen het clubhuis en het Aeropark.
  3. Bij een landing op of naast een landingsbaan dient men zich zo snel mogelijk hiervan te verwijderen.
  4. Bij een landing aan de zuidzijde van de baan dient men terug te lopen langs de afrastering van het vliegveld (de landingsbaan eindigt achter de witte ‘hondenhokken’). Het oversteken van de baan zonder toestemming van de havenmeester is te allen tijde uitdrukkelijk verboden!
  5. Bij een landing buiten het vliegveld verdient het aanbeveling zo spoedig mogelijk het clubhuis te bellen en de instructeur van dienst op de hoogte te stellen van de situatie.
  6. Het is verboden de start- en landingsbaan over te vliegen (onder de parachute) beneden een minimum hoogte van 1000 voet plus een door de dienstdoende instructeur te bepalen veiligheidsmarge.
  7. Publiek en gasten dienen te verblijven op de daarvoor aangegeven plaatsen (terras en kantine) en mogen zich zonder begeleiding niet op het landingsterrein of in de vouwzaal begeven.
5. Veldreglement vliegveld Eelde
  1. Sprongen uitgevoerd op vliegveld Eelde dienen overeenkomstig de door de havenmeester gestelde normen te zijn, en uitgevoerd te worden met toestemming van de dienstdoende instructeur.
  2. Het landingsterrein van het springgebied Eelde betreft het gebied gelegen tussen de landingsbanen en minimaal 50 meter verwijderd van de landingsbanen en het platform. Een springer dient ernaar te streven binnen 50 meter van het door de windvaan aangegeven landingspunt te landen.
  3. Men dient van het landingspunt terug te lopen via het pad tussen het baken en de toren; dan over het gras langs het platform tot het ‘oversteekpunt’ bij de pompen; vervolgens langs de taxibaan naar het clubhuis.
  4. Bij een landing op of naast een landingsbaan dient men zich zo snel mogelijk minimaal 50 meter hiervan te verwijderen.
  5. Bij een landing buiten het door de banen en het platform begrensde gebied dient men terug te lopen langs de afrastering van het vliegveld. Het oversteken van banen zonder toestemming van havenmeester en verkeersleiding is te allen tijde uitdrukkelijk verboden!
  6. Bij een landing buiten het vliegveld verdient het aanbeveling zo spoedig mogelijk het clubhuis te bellen en de instructeur van dienst op de hoogte te stellen van de situatie.
  7. Het is verboden de start- en landingsbanen over te vliegen (onder de parachute) beneden een minimum hoogte van 1000 voet plus een door de dienstdoende instructeur te bepalen veiligheidsmarge (standaard is 500 voet extra).
  8. Publiek en gasten dienen te verblijven op de daarvoor aangegeven plaatsen (terras en kantine) en mogen zich zonder begeleiding niet op het landingsterrein of in de vouwzaal begeven. Betreden van het middenterrein/landingsterrein is alleen toegestaan met toestemming van de verkeersleiding en de dienstdoende instructeur.
6. Veldreglement Echten
  1. Sprongen uitgevoerd op het springgebied ‘Echten’ mogen alleen uitgevoerd worden met toestemming van de dienstdoende instructeur.
  2. Het springgebied ‘Echten’ mag slechts betreden worden met toestemming van de eigenaar van het weiland en het dienstdoende instructieteam. Auto’s dienen op de openbare weg in de berm geparkeerd te worden. Publiek dient op de openbare weg te blijven.
  3. Eigendommen van de landeigenaar, zoals grasland, afrastering, koeien enz. dienen ontzien te worden.
  4. Hekwerken dienen direct na gebruik te worden gesloten.
  5. Bij voorvallen dient het instructieteam direct de landeigenaar op de hoogte stellen.
7. Veldreglement Winde
  1. Sprongen uitgevoerd op het springgebied ‘Winde’ mogen alleen uitgevoerd worden met toestemming van de dienstdoende instructeur.
  2. Het springgebied ‘Winde’ mag slechts betreden worden met toestemming van de eigenaar van het weiland en het dienstdoende instructieteam. Auto’s dienen op de openbare weg in de berm geparkeerd te worden. Publiek dient op het pad naast het landingsterrein te blijven.
  3. Eigendommen van de landeigenaar, zoals grasland, afrastering, koeien enz. dienen ontzien te worden.
  4. Hekwerken dienen direct na gebruik te worden gesloten.
  5. Bij voorvallen dient het instructieteam direct de landeigenaar op de hoogte stellen.
8. Clubmateriaal
  1. Gebruikers van clubmateriaal dienen na de sprong
    a. eerst helm, hoogtemeter en eventueel radio op te bergen op de daarvoor bestemde plek;
    b. vervolgens direct de parachute te (laten) vouwen en ten slotte op te bergen.
  2. Schade aan en/of verlies van clubmateriaal dient onmiddellijk te worden gemeld aan een materiaalcommissaris en/of aan het dienstdoende instructieteam. Verloren materiaal kan de gebruiker in rekening worden gebracht.
  3. Vouwen van clubmateriaal in de vouwzaal heeft voorrang op privé-materiaal.
9. Debriefing/logboek
  1. Springers in een opleidingsprogramma (static-line, AFF, PFF, A, B, FSI, CFI, etc.) dienen ervoor te zorgen zo snel mogelijk na de sprong een debriefing van de jumpmaster te ontvangen en een briefing + training voor de volgende sprong.
  2. Springers zonder C- of D-brevet dienen ervoor te zorgen voor het verlaten van het clubhuis een debriefing te hebben ontvangen. Tevens moet het eigen logboek zijn bijgewerkt, waarbij elke sprong ondertekend dient te worden door een (hulp-)instructeur.
10. Betalingen

Iedere springer dient voldoende batig manifestsaldo te bezitten alvorens zich te kunnen manifesten.

11. Huisregels
  1. Parkeren bij de clubgebouwen is toegestaan in de daarvoor aangegeven vakken of plekken. De parkeervakken maken deel uit van de openbare weg.
  2. Het clubhuis wordt op springdagen geopend door de eerst aanwezige sleutelbezitter. In ieder geval instructeurs, vliegers, bestuursleden en de schoonmaker hebben een sleutel.
  3. Huisdieren hebben geen toegang tot clubgebouw en terras, tenzij aangelijnd.
  4. Jassen en tassen behoren op de daarvoor bestemde plekken opgeborgen te worden.
  5. Roken en het gebruik van consumpties in de vouwzaal, het materiaalhok en de instructieruimte zijn streng verboden.
  6. Roken is slechts toegestaan in de kantine en op het terras (gebruik van asbak verplicht!).
  7. Alcoholhoudende dranken mogen pas worden geschonken na 15.00 uur.
  8. Na het nuttigen van alcoholhoudende dranken of andere stimulerende middelen, is het gedurende een periode van minimaal acht uren niet meer toegestaan om te parachutespringen. Omdat het onderscheid voor de verantwoordelijke personen soms moeilijk te maken is, geldt dit ook voor alcoholvrij bier.
  9. De springers die het clubhuis als laatste verlaten, zijn verantwoordelijk voor de staat waarin het clubhuis wordt achtergelaten. Zij zijn verplicht ervoor te zorgen dat er is opgeruimd en afgewassen, dat de vouwzaal is aangeveegd en dat het clubhuis goed is afgesloten.
12. Sancties
  1. Bij overtreding van de bepalingen van dit reglement kunnen door de dienstdoende instructeur de sancties worden opgelegd, zoals omschreven in hoofdstuk 6 van het BVR 2009. Bij overtreding van de bepalingen van dit reglement kunnen door het bestuur de maatregelen worden opgelegd, zoals omschreven in artikel 6 van de statuten van PCEH.
  2. In aanvulling op lid 1 gelden de volgende bijzondere bepalingen:
    a. Overtreding van het bepaalde in artikel 4 lid 4 en artikel 5 lid 5 van dit Reglement zal wordt opgevat als een “zeer ernstige overtreding van de voorschriften”, zoals bedoeld in de artikelen 604 en/of 605 van het BVR 2009;
    b. Overtreding van het bepaalde in artikel 11 lid 8 van dit Reglement wordt opgevat als een “zeer ernstige overtreding van de voorschriften”, zoals bedoeld in artikel 605 van het BVR 2009 en tevens als het in ernstige mate handelen in strijd met de statuten en reglementen van de vereniging, zoals bepaald in artikel 6 lid 5 sub a van de statuten van PCEH.
13. Slotbepalingen
  1. PCEH aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, voortgekomen uit het gebruik van clubfaciliteiten en/of clubmateriaal.
  2. In gevallen van materiaal- of springtechnische aard, die niet omschreven worden in dit reglement, beslist de dienstdoende instructeur.
  3. In alle overige niet omschreven gevallen beslist het bestuur.